Je hebt een idee voor een slim product. Misschien een sensor, een wearable of een tracker. Je weet welk probleem je wilt oplossen en zoekt iemand die het kan bouwen. Vrij snel komt dan de vraag: wat gaat dit kosten?
Voor het soort maatwerk IoT-producten dat wij ontwikkelen, noem ik in een eerste gesprek vaak een bandbreedte van €50.000 tot €150.000. Dat is een ervaringsindicatie om het gesprek over de investering te kunnen voeren. Hoe complex het product is, hoeveel innovatie erin zit en hoeveel onzekerheden we moeten onderzoeken, maakt veel verschil. Sommige projecten vallen buiten die bandbreedte.
Minstens zo belangrijk is wat je precies onder die investering verstaat. Een ontwikkelbudget en het totale bedrag dat je nodig hebt om een product op de markt te brengen, zijn twee verschillende begrotingen. Die moet je vanaf het begin naast elkaar leggen.
Aparte kostenposten, geen procentuele verdeling of vaste offerte.
De bandbreedte is een planningsindicatie voor maatwerk connected-productontwikkeling, geen vaste offerte of compleet lanceringsbudget. Leg inbegrepen werk, btw-behandeling en uitsluitingen vast in het projectvoorstel.
Waarom het ene product veel meer werk vraagt
Een Bluetooth-tag met één sensor en een duidelijke toepassing is een relatief overzichtelijk vertrekpunt. Zeker wanneer we bekende technologie gebruiken en de eisen aan formaat en batterijduur haalbaar zijn. Zo'n product past eerder bij de onderkant van de genoemde bandbreedte.
Combineer je LoRa, LTE, Bluetooth en wifi in een kleine behuizing, met een lange batterijduur en hoge eisen aan bereik, dan verandert het vraagstuk. De onderdelen moeten samen functioneren. Ze delen ruimte, een voeding en een fysieke omgeving. Een keuze voor de antenne kan gevolgen hebben voor de behuizing. Een extra verbinding vraagt ook werk in de firmware en in het testen.
De kosten hangen dus ook af van de onderlinge afhankelijkheden. Hoe meer eisen elkaar beïnvloeden, hoe meer ontwerpwerk en onderzoek nodig kunnen zijn om tot een goede combinatie te komen.
Begin bij de minimale waarde voor je gebruiker
Mijn eerste vraag is daarom wat het product echt moet doen, voor wie en onder welke omstandigheden. Welke waarde moet het minimaal toevoegen om de moeite waard te zijn?
We scheiden eerst de noodzakelijke functie van extra wensen. De eerste versie moet genoeg kunnen om het probleem op te lossen en de waarde in gebruik aan te tonen.
Stel dat je een sensor ontwikkelt die af en toe een verandering moet melden. Dan is het de vraag of je daarnaast ook continu gegevens moet versturen. Misschien is dat nuttig. Misschien voeg je daarmee vooral ontwikkelwerk, energieverbruik en gebruikskosten toe. Die afweging wil je maken voordat de extra functie een vast onderdeel van het ontwerp is geworden.
Maak onderscheid tussen de verschillende kosten
Een bruikbare begroting laat zien waar het geld naartoe gaat. Denk aan haalbaarheidsonderzoek, elektronica, firmware, de behuizing en prototypes. Als je product een app of cloudomgeving nodig heeft, moet ook duidelijk zijn wie die ontwikkelt en wat daarvoor is begroot.
Daarnaast zijn er kosten om het product daadwerkelijk te kunnen leveren. Certificering, productiemallen, testopstellingen en de inrichting van kwaliteitscontrole worden makkelijk onderschat. Verpakking en handleidingen horen daar ook bij. De eerste productie vraagt vervolgens geld voor onderdelen en assemblage, vaak voordat je de producten hebt verkocht.
Na levering kunnen kosten voor connectiviteit, hosting, onderhoud en support doorlopen. Welke posten in een ontwikkelvoorstel zitten, verschilt per project. Vraag daarom om een expliciete afbakening. Alleen een totaalbedrag vergelijken geeft weinig inzicht als het ene voorstel meer werk omvat dan het andere.

Met een testopstelling maak je een aanname meetbaar voordat je het complete ontwerp vastlegt.
Een lage stukprijs vraagt ook een investering
Ik hoor regelmatig dat een product uiteindelijk maar tien of twintig euro mag kosten. Dat is een nuttig doel als het bij je markt past, maar je moet eerst bepalen wat die prijs omvat. Gaat het om onderdelen, een getest product uit de fabriek of de uiteindelijke verkoopprijs?
Ook het productievolume maakt uit. Een mal of testopstelling moet worden terugverdiend over de aantallen die je produceert. Reken daarom met volumes die je kunt onderbouwen. Een aantrekkelijke kostprijs bij honderdduizend stuks helpt weinig als je eerst een kleine serie moet financieren.
Goedkoop inkopen in het buitenland vraagt bovendien aandacht voor de manier waarop je kwaliteit borgt. Je wilt weten hoe producten worden getest, wie afwijkingen beoordeelt en wat er gebeurt als een levering niet aan de afspraken voldoet. Dat werk hoort in je plan.
Je investeert stap voor stap
Die €50.000 tot €150.000 hoeft geen bedrag te zijn dat je op dag één volledig uitgeeft. Een hardwaretraject verloopt in fases. Je begint met de haalbaarheid, bouwt een eerste prototype en gebruikt wat je leert om de volgende investering te beoordelen.
Voor dit soort trajecten houd ik vaak rekening met zes tot twaalf maanden, en soms achttien maanden. Dat is een indicatie van de totale doorlooptijd, geen vaste planning voor ieder product. In die periode neem je meerdere beslissingen over doorgaan, aanpassen of stoppen.
Een onderzoek kan ook aantonen dat een combinatie van eisen onvoldoende haalbaar is. Dat is waardevolle informatie voordat je veel verder investeert. Ga daarom je eerste ontwikkelgesprek in met een duidelijke gebruiker, een concrete toepassing en een realistisch budget. Vraag vervolgens welke onzekerheid je als eerste moet oplossen en wat die stap kost. Daarmee wordt een groot bedrag een reeks beslissingen die je kunt beoordelen.
Bespreek je volgende stap
Werk je aan een compleet apparaat? Bespreek de ontwikkelscope. Voor een opdracht aan alleen de printplaat lees je onze uitleg over de kosten van PCB-ontwerp.
